![]()
Inleiding:
Op deze site/digitaalwerkstuk lever ik een beschouwing van de bepalende politiek filosofen voor het westerse politieke denken in de twintigste en vroeg één en twin-tigste eeuw. Door een vergelijk in geschiedkundige volgorde aan te bieden, is de lezer (surfer) in staat om voor zich zelf te concluderen of er sprake is van causale verbanden dan wel reactionaire acties tussen verschillende filosofen bestaat.
De aangesneden filosofische problemen en politieke proposities zijn getuige van de toenmalige tijdsgeest echter de stellingen en filosofische “waarheden” zijn tijdloos en universeel.
Ondanks het feit dat bijvoorbeeld de schijnbaar middeleeuwse denkbeelden van een “God” in een politiek systeem, na de scheiding van kerk en staat in het westen, voor ons onacceptabel lijken te zijn, hoeven we alleen “God” te vervangen door “Geld” of “Macht” om de stelling enige geloofwaardigheid te geven. Priesters en Kerk vervangen we door captains of industry en of sturende conglomeraten als de PLO en de OPEC of juist de G8 en koning en keizer vervangen we door politici en/of politieke lobbies en het hele systeem lijkt alsnog weer universeel toepasbaar.
Onze huidige politieke ideologie wordt natuurlijk sterker beïnvloedt door de recente geschiedenis als de tweede wereldoorlog (met Arendt en Nietschze als voortrekkers), ook politiek filosofische denkers als Hobbes en Macchiavelli hebben sterke proposities geleverd die in de huidige wereld (na 11 september 2001; de aanslag van Al-Qaeida op het WTC in NY; en op het pentagon in ??) weer aangehaald worden als legitiem. Het overleven van één volk kan bevorderd worden door “pre-emptive” strikes op doelen die de democratie (of beter gezegd: de V.S., de G8, de OPEC en het huidige politiek-economische equilibrium) bedreigen.
Zoals evident zijn sommige filosofieën dus bijzonder zichtbaar en levendig aanwezig in onze huidige maatschappij, dit betekent echter niet dat de andere filosofische onderdelen minder of niet aanwezig zijn. De scheiding tussen de publieke en private sector zoals geïmplementeerd door de Romeinen is bijna onzichtbaar geworden in onze samenleving daar het als “logisch” beschouwd wordt omdat het “altijd al zo was”, hoewel weer door andere filosofen gesteld wordt dat indien men een dergelijke scheiding van gemeenschap en individu maakt, men automatisch een systeem creeert waarin niet het staatsbelang door de individu gekozen wordt bij stemkeuzes (in referenda of verkiezingen) maar het individuele belang de voorkeur krijgt. Deze stellingen maken het vraagstuk over de net voltooide politieke formatie van het kabinet Balkenende II met daarin het vaker vallende woord: “staatsbelang”, weer enigszins inzichtelijk en eventueel aanvaardbaar.
Het doel van deze website ligt in het bieden van de kernachtige beschrijvingen van de proposities van de politiek filosofen van weleer, opdat de lezer er bekend mee wordt, ze zich eigen maakt en ze kan toepassen op zijn/haar eigen wereld (individueel, gemeenschappelijk, regionaal, nationaal en internationaal).
Overigens dient opgemerkt te worden dat de lengte van de beschrijving van de individuele filosofen geen enkele indicatie geeft over het aan hem of haar toegekende belang door noch de auteur noch in ons huidige politieke bestel. Noch worden specifieke politieke stromingen dan wel filosofische denkwijzen voorgevochten dan wel afgekeurd, het doel is nogmaals slechts het bekend maken met de denkwijzen, oordelen laat de auteur graag over aan de individuele surfer.
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over de inhoud dan ga ik daar natuurlijk met veel graagte inhoudelijk op in via de e-mail.
Veel browse-plezier,Felix van der Drift
* Geschiedkundig vergelijk is handig maar niet causaal verbandvormend.
* Zoals evident zijn sommige filosofieën duidelijk reactionair terwijl anderen juist getuige zijn van de toenmalige tijdsgeest.De aangesneden filosofische problemen en politieke proposities zijn echter tijdloos en in veel verschillende kaders te passen.
* Ondanks het idee dat bijvoorbeeld de relevantie van middeleeuwse politieke filosofie totaal onwerkelijk is dankzij de propositie van een “God”, is onze huidige fetisjistische hang naar de letter van de wet ook eigenlijk als “godsdienstig” te ervaren.
* De lengte van de behandelde filosofen is op geen enkele wijze representatief voor hun gewicht in de huidige politieke filosofie dan wel voor de auteur.
* De bedoeling ligt in het bekend worden met denkwijzen, niet het beoordelen dan wel voorvechten van bepaalde filosofen en hun denkwijze.
Index Filosofen:Centrale thema’s:
1) Plato: democratie negeert het feit dat politiek een wetenschap en een vak is, die niet door iedereen verstaan kan worden, getuige de driedeling van de mensheid en de vierendeling van de kennis.
2) Socrates: betwist dat macht recht is op basis van de definitie van gerechtigheid en definiëring van vergelijkbare (ongrijpbare) concepten in zijn algemeenheid
3) Aristoteles: voegt realisme toe aan Plato’s filosofie door te stellen dat zaken proberen te evolueren naar een eindstadium waarin rust gevonden kan worden echter dat meestal de beste oplossing ook praktisch onbereikbaar zijn. Daarom dienen er “redelijke” wetten gemaakt te worden waarin de gemengde meerderheid in de middenklasse toch bepalend aanwezig zal zijn.
4) Cicero: Het recht dient gesplitst te zijn in een private sector en een pu-blieke sector met als gevolg een meer helder en eerlijk systeem waarin eigenbelang en staatsbelang niet meer botsen. Door volgens de natuurwet je neer te leggen bij het idee dat iedereen taak en plaats heeft, kan men met de competente mensen op de juiste plaats een ideale staat creëren waarvan de leider naast filosofische kwaliteiten ook praktische vaardigheden moet bezitten om succesvol te kunnen zijn.
5) Augustinus: door de tweestrijd te erkennen tussen de godsstaat en de duivelse staat en alle daaraan verbonden ideologie, weet Augustinus een wereldbeeld te creëren waarin de kerk buiten de politiek(-e macht) gesteld wordt en er eigenlijk boven staat. De macht van de koning/keizer wordt geschonken door God en bevestigd door de Paus.
6) Thomas van Aquino: Augustinus’ en Aristoteles’ filosofie kunnen bij elkaar komen in zijn vierendeling van de wetten en rechten, hij presenteert een model waardoor kerk en staat weer / nogmaals (in zijn perspectief) juist met elkaar verbonden worden.
7) Ockham: In zijn nominalistische wereldbeeld weet Ockham toch ruimte te geven aan collectieven en “onstoffelijke”/”onwerkelijke” zaken (als een kroon) door gebruik te maken van inherente eigenschappen in individuen die pas tot uiting komen bij overschrijding van zekere drempelwaarden en omzeilt hiermee handig zijn conflict met de paus over de juridische status van de Franciscaner orde en het conflict tussen haar gebruiksrecht en gelofte van armoede.
8) Machiavelli: Door in zijn vorstenspiegel en in zijn “discorsi” zich op virtu te concentreren stelt hij dat het mogelijk is om een republiek te stichten met als tussenstadium (eerste trede tot) een absolute monarchie/totalitair regime waarbij geweld indien noodzakelijk (heimelijk dan wel openlijk) zeker een rol mag innemen ter bevordering of the greater good.
9) Hobbes: Is de eerste die het sociale contract waarop gezinspeeld wordt, veronderstelt in zijn Leviathan, maar dan ook stelt dat deze alleen kan werken indien de heerser buiten de wetten valt. Zijn legitimiteit wordt echter nog steeds getoetst aan de natuurwetten en daar deze een afspie-geling van de lex divina is, kan hij afgezet worden zonder recht op herstel bij misdragingen.
10) Spinoza: te complex om in vijf regels samen te vatten.
11) Locke: liberalisme is gebaseerd op de notie dat indien de mens de beschikking over zich zelf heeft, hij dan dus ook de beschikking over zijn arbeid moet hebben. Indien hij over zich zelf beschikt zou hij ook enkele middelen die ter bevordering van zijn bestaan / overleven in privébezit moeten mogen hebben. Bij institutionalisering van concepten als geld wordt verspilling tegengegaan en is dus vanaf dan oneindig privé-bezit acceptabel.
12) Rousseau: het liefst gaat hij terug naar de natuurstaat van de mens waar privé-bezit niet aanwezig is. Doordat dit praktisch niet haalbaar is, gaat Rousseau accoord met een totalitair regime waarin via indoctrinatie door de intellectuele minderheid, de meerderheid opgevoed dient te worden opdat ze verantwoorde (politieke) besluiten kunnen nemen.
13) Kant: een volk ontstaat door de notie van het recht, want, zodra er een moraal geschapen wordt, ontsluit men hiermee direct een idee van recht en daarmee de instantie die dit moet handhaven te weten de staat. Kant redeneert vanuit de wereldstaat die volkeren als haar individuele bewoners toekent. Zijn sociale contract is gebaseerd op unanieme, actieve en vrijwillige aanvaarding maar ook een gemeenschappelijke afstamming.
14) Fichte: een volk ontstaat door de notie van de taal en ziet in zijn ideale staat een grote rol weggelegd voor nationaal (taal-)onderwijs door de intellectuele minderheid die als onderdeel van het volk blijven bestaan. Dat hierbij tijdelijk opgetreden mag worden in een dictatoriaal regime is acceptabel, indien men maar onthoudt dat het doel van het regeren is dat regeren niet meer noodzakelijk zal zijn.
15) Hegel: een volk ontstaat door de aanwezigheid van een idee dat hen bindt (hetzij cultureel, politiek, etc.). Deze volksgeest wordt gereguleerd door een wereldgeest en een tijdsgeest en is dus vergankelijk als zodanig, het bereiken van de apex van de ontwikkeling is de kroon en hierna is de weg vrij voor de volgende die door gewelddadige onderwerping van de vorige dominante cultuur tot zijn culturele apex kan geraken. De staat verschijnt als vanzelf als bijproduct van deze (apex-)maatschappij en resulteert vaak zo niet altijd uit de noodzaak voor regulering van (economisch) handelsverkeer tussen inwoners.
16) Marx & Engels: Grondleggers Marxisme, klassenstrijd op economisch niveau verschuift naar klassenstrijd op politiek / kennisniveau. Door verandering communistisch manifest na gebeurtenissen in Parijs, is de inname van de democratie verworden tot de totale omverwerping van de geldende regimes. In zijn economische verhandeling verkettert hij “uitbuiting” dan ook niet, maar stelt dat het beter kan voor de arbeider.
17) Nietzsche: Er is een idee van een Ubermensch die zich aan de ketenen van de slavenmaatschappij met haar valse moraliteit e.d. kan ontworstelen door toe te geven aan zijn machtswil. De kans op succes wordt vergroot bij het verhogen van het aantal obstakels op zijn weg hiermee ook de valse concurrentie uitschakelend. De natuur is alles en daar moet je je dan ook bij neerleggen als minderbedeelde dan wel verliezer.
18) Freud: Politiek is onderdeel van een massa-hysterie / massa-neurose waarin een ieder zijn niet verwerkte oedipale complex, overdraagt op de volgende generatie daarmee een traditie creërend die dezelfde illusies in stand houdt. Door het toepassen van een rationele verinnerlijking van de ethische waarden, kan de mensheid nog gered worden, echter gooit de vraag: Why should I be moral? roet in het eten.
19 ) Arendt: Een wereldbeeld met een scheiding van handelen, fabriceren en arbeiden waardoor verprocessering (nummertoekenning aan mensen) voorkomen wordt en politiekvoering niet naar de letter maar naar de geest met vergeving en beloftes opdat zij niet meer zo onvoorspelbaar is.
Gebruikte literatuurSterke posities in de politieke filosofie
Grahame Lock, Herman van Gunsteren & Etienne Balibar
ISBN: 9020716689